Deze folder afdrukken

2.5 Lumbale discusdegeneratie

Lumbale discusdegeneratie of het verslijten van tussenwervelschijven in de lage rug wordt heden ten dage onderscheiden als een apart ziektebeeld.  In het beginstadium klaagt patiënt over belastingsafhankelijke lage rugpijn, pijn in de onderrug in het laatste deel van de nacht en pijn in de eerste tijd na het opstaan.  Dit wordt veroorzaakt doordat de tussenwervelschijf aan stevigheid verliest en hierdoor een abnormale beweeglijkheid (instabiliteit) tussen de wervellichamen optreedt.  Gaat dit proces verder dan wordt de tussenwervelschijf minder hoog omdat er weefsel verloren gaat.  Tevens kunnen er papegaaienbekken (osteofyten) gevormd worden, die indien zij naar het zenuw- of wervelkanaal gericht zijn in combinatie met hoogteverlies van de discus, aanleiding kunnen geven tot vernauwing met ook druk op zenuwweefsel.  Dit is het stadium waar patiënt begint te klagen over beenpijn in rust en eventueel bij het stappen.

Onderzoeken om de aandoening te diagnosticeren zijn een RX van de lumbale wervelzuil, een MRI-scan en eventueel het uitvoeren van een direct contrastmiddel onderzoek van 1 of meerdere tussenwervelschijven (discografie).

2.5_1.jpg
Uitgesproken discusdegeneratie L4/5 met geringe listhesis


De operatieve behandeling van de aandoening berust op 2 belangrijke principes, het brengen van stabiliteit en indien noodzakelijk ook het uitvoeren van een decompressie van het wervelkanaal en of de zenuwkanaaltjes (neuroforamina).
Omdat de symptomen door de degeneratie van de tussenwervelschijf veroorzaakt worden, is het logisch om deze op de meest gemakkelijke manier operatief te benaderen, namelijk via de voorzijde.  Via een minimale invasieve (sleutelgat) toegang kan via normale anatomische ruimten de tussenwervelschijf benaderd worden.  Volledige verwijdering van de discus en van de papegaaienbekken is mogelijk.  Aansluitend kan een fusie (het aan elkaar laten groeien van wervellichamen) uitgevoerd worden of kan een discusprothese geïmplanteerd worden.  (zie minimaal invasieve fusie 2.6 en discusprothese 2.7)

Indien de ingreep van de voorzijde niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat er een ernstige bijkomende vernauwing van het wervelkanaal aanwezig is, kan men de toegang langs achteren kiezen, waarbij echter wel het wervelkanaal geopend dient te worden.  Men kan op deze manier alleen een fusie uitvoeren, het implanteren van een discusprothese is technisch niet mogelijk.